Rosemarie Kamphuisen

 

Humor in de keuken.

 

 

 

 

 

 

De massale evacuatie van Arnhem telde niet alleen vertrekkers maar ook ontvangers, waaronder de bevolking van Velp. In de bekende verwachting dat het toch maar voor korte tijd zou zijn werden vele deuren wijd opengezet, ons ruime huis huisvestte op die manier in het begin vijf families, in totaal waren dat 24 personen. Die moesten niet alleen een onderdak hebben, maar ook to eten. Gelukkig hadden we een grote ouderwetse keuken met een gas‑ en kolenfornuis en grote pannen, maar om die pannen gevuld to krijgen was een groot probleem. De voedselvoorraden van de gemeente Rheden, waartoe Velp behoort, waren al snel opgesoupeerd. Nieuwe aanvoer was en bleef praktisch onmogelijk, we zaten gevangen tussen het front en de grote rivieren die we alleen onder strenge controle over mochten steken met het risico dat de op de kop getikte proviand in beslag genomen werd. Het leidde uiteindelijk tot het doorzenden van het merendeel van de evacu6's.

 

Juf en ome Lou bleven. Onze kinderjuf, dat bestond toen nog, was in januari 1944 getrouwd en hoogzwanger, mijn vader is haar persoonlijk gaan halen op Alteveer, waar ze inwoonden. Ome Lou, door ons als kinderen zeer bemind, was kok bij het bekende cafe restaurant Riche op het Willemsplein. Met z'n drieen kwamen ze met volgeladen fietsen terug. Jantje is bij ons in oktober geboren, inderdaad, terwijl ome Lou op zijn fiets trapte om toch maar iets extra licht to hebben naast een paar kaarsen. Ome Lou was een uitkomst. Op etensgebied kon hij alles, slachten, worst maken als er een beest getroffen was of als onze konijnenstapel aangesproken moest worden. Op een ogenblik had een aantal Duitse militairen zich meester gemaakt van onze garage annex koetshuis en was daar bezig een varken to slachten. Ome Lou erheen, hij maakte een deal, wij de kop en een voorpoot, dan wilde hij de klus wel klaren. Hoe heerlijk waren die balkenbrij en zure zult, ik proef ze nog.

 

Niet alleen ontheemden en armen hadden het slecht maar ook ouderen die niet meer op pad konden, ook de beter gesitueerden onder hen die nooit gewend waren geweest de handen uit de mouwen to steken, soms zelfs niet konden koken. Zo'n oud, deftig en broos echtpaar, hij nog met lorgnet en stijf boordje, kwam een paar maal per week wat warm eten halen. Ze kwamen steeds vroeger en streken dan neer op de stoelen aan de grote keukentafel, het rook lekker, het was warm, een gezellige drukte van iedereen die met knorrende maag alvast een voorproefje kwam nemen van de geur. Ome Lou, onverstoorbaar en altijd goed gemutst, nu met een vettig vilthoedje bij gebrek aan zijn witte koksmuts en in een to krap zittende bloemetjesjasschort met pofmouwtjes. Hij proefde door met zijn vinger in de pot to roeren en die in zijn mond of to likken. Heel gewoon voor koks toentertijd, maar wij mochten dat niet !

Kortom, dat eten halen was waarschijnlijk het enige lichtpuntje in de oorlogsellende voor dit oude echtpaar. Zij keek met schitteroogjes en een bewonderende blik naar het doen en laten van ome Lou, opeens klonk haar stemmetje door de keuken: M#nheer Kok, ik vind a toch zooo'n knappe man .. .. ... Ome Lou keert zich om en geeft als enige reactie: War mevrouw .... en dat op Ow ieeftijd !

 


BURGERS' BRAADSTUK.

 

De steeds slechter wordende voedselsituatie noopte de directeur van Burgers Dierenpark te Arnhem, de heer van Hooff, tot onorthodoxe maatregelen. Zo vroeg hij een speciale vergunning aan om in de omtrek getroffen vee op te halen als voedsel voor de roofdieren. Maar ook in de dierentuin zelf vielen slachtoffers van de beschietingen en bombardementen die hetzelfde lot ondergingen. Onder andere een olifant en een giraffe. Die laatste was met een beetje goede wil ook geschikt voor menselijke consumptie zoals blijkt uit het volgende waargebeurde verhaal

 

 

Een huisarts kwam per motorfiets op ziekenbezoek en rook een hem onbekende braadlucht: °Wat hebt u daar in de pan, mevrouw ?" "We eten vandaag giraffe, dokter !" "Dan mag u wel een lange pan hebben !"