Hans Broekman

 

Ontstaan van de ARNHEMSE ELEGIEEN ‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑‑

 

 

Driebergen, 21 oktober 2004

 

Beste Redactie "Oorlogsherinneringen",

 

Door de brief dd. mei 2004 van het reuniecomite weet ik dat er een voorstel is gedaan herinneringen aan de oorlog to verzamelen: een waardevol plan!

Helaas was ik door familieomstandigheden niet in de gelegenheid de reunie op 24 augustus bij to wonen ‑ ik weet dus niet of de plannen vastere vorm hebben gekregen en zoja, wie de redactieleden zijn.

Van het materiaal dat ik a stuur is misschien iets bruikbaar.

Ik hoop dat anderen ook bijdragen leveren, zodat U kunt selecteren ‑wat overblijft kan een interessant geschrift worden.

 

1. Van de familie Driessen uit Doorwerth hebben in ieder geval Yvonne en Theo (haar jongere broer ‑ red.) het Stedelijk Gymnasium bezocht ‑ op lagere school en gym was Theo klasgenoot van mij ‑verjaardagen en een logeerpartij in het prachtoige "Jagershuis" zijn voor mij onvergetelijk. Theo heeft weinig geluk gekend in zijn leven ‑hij is in 2002 of 2003 in Zandvoort overleden ‑ zekerheid daarover kan Yvonne geven. Het lijkt mij goed, wanneer U als redactie ook vraagt of zij geen bezwaar heeft tegen publicatie van de brief (van Theo aan de schrijver, Hans Broekman ‑ red.) ‑ ik als ontvanger en bezitter (van de brief ‑ red.) heb het in ieder geval niet.

Als redactie zult U moeten beslissen wat U met de (vele!) taalfouten doet: voor beide standpunten valt iets to zeggen: corrigeren uit respect voor een overledene of: de authenticiteit van het geschrevene niet aantasten.

Ik hoop dat het aangrijpende verhaal van de verdrijving van de familie Driessen uit hun huis, het conflict met de Duitsers, het in vlammen opgaan van de unieke woning (met een groot pijporgel en een carillon!), alles zo nauwkeurig door Theo beschreven, een plaatsje krijgt in uw/onze bundel.

2. Als het buiten het bestek valt van wat U voor ogen staat dan boor ik het wel, maar bijgaand relaas over het ontstaan van de Arnhemse Elegieen is nauw,verweven met ons aller oorlogsherinneringen ‑ de dood van Bert Kuik en zijn broer Hans (wegens "hulp aan de vijand" door de Duitsers gefusilleerd ‑ red.) en het dramatische ongeluk van Peik ter Horst (en Henk Winterink ‑red.: beiden omgekomen als gevolg van een landmijn in 1947 ‑ red.) zal velen zijn bijgebleven.

 

HANS BROEKMAN

 


2

 

ARNHEMSE ELEGIEEN

 

Een gebeurtenis in november 1944 en een even trieste gebeurtenis in 1947 zijn aanleiding geweest voor het componeren van de Arnhemse Elegieen, een halve eeuw nadien.

Deze compositie was waarschijnlijk ongeschreven gebleven als Bert Kuik (oudleerling van het Arnhems Gymnasium) en zijn broer Hans op 3 november 1944 niet door de Duitsers waren vermoord en als in 1947 onze medegymnasiast Peik Ter Horst niet was verongelukt doordat hij op een landmijn liep.

Het gezin Broekman was bevriend met het gezin Kuik; de zeven zonen uit deze gezinnen kenden elkaar goed. Het contact ging in de evacuatietijd niet verloren, doordat de families bij de evacuatie van Arnhem op een steenworp afstand van elkaar in Beekbergen terecht kwamen.

In mijn geheugen gegrift staat de dag, waarop mijn vader thuiskwam met het bericht: Bert en Hans zijn gefusilleerd.

Een hevige naschok van de oorlog kwam in 1947 toen de heer Bonger in onze school in de Statenlaan een keer ons leslokaal betrad, zeggende: "Jullie zullen Peik Ter Horst niet meer terugzien". Niet eerder was persoonlijk oorlogsleed ons zo nabijgekomen. Peik en zijn zusje Wendela kende ik al sinds onze lagere school.

 

ONTSTAAN

 

Het zag er naar uit dat einde tachtiger jaren schokkende ervaringen uit de veertiger jaren hun plek en hun rust in mijn geest hadden gevonden, maar die schijn bedroog. Toen omstreeks 1990 door de media in woord en beeld opnieuw veel aandacht werd geschonken aan de jaren '40 ‑ '45, herleefde "onze" oorlog. Bij mij veroorzaakte het samengaan van aangereikte en verdrongen oorlogsellende een verslapte werkconcentratie en verstoorde nachtrust.

Het duurde geen week of ik wist dat ik een vocaal werk zou schrijven op mooie teksten en dat de titel zou luiden: "Arnhemse Elegieen" en dat ik een verbinding wilde leggen tussen mijn compositie en de geweldadige dood van de jongens Kuik en Peik Ter Horst; eenmaal voltooid zou het werk aan hen worden opgedragen.

Na het bijeengaren van de benodigde podzie en halverwege het componeren, zocht ik contact met Wob Kuik, de broer van Hans en Bert. Ik bezocht hem en zijn vrouw Else van den Broek (oudleerlinge van het Gymnasium) en onmiddellijk kreeg ik medewerking en toestemming voor de vermelding van de namen op de titelpagina van de partituur.

Toen ik van mijn plan vertelde aan mr Ter Horst, Peiks vader, was hij geroerd; tijdens een onvergetelijk samenzijn, waar ook Wendela aanwezig was, spraken wij over het beroemde huis naast de Oude Kerk in Oosterbeek‑Laag over Peik, over de oorlog en over mevrouw Ter Horst. Ik kreeg het boekje cadeau dat zij en haar man schreven over de gebeurtenissen in 1944.

Een voorwaarde verbond de heer Ter Horst aan het noemen van Peiks naam in de partituur: de naam van Henk Winterink mocht ik niet onvermeld laten. De heer Ter Horst vertelde dat Peik en Henk even oud ware n, dat zij samen gestorven z i in en nags t elkaar begraven liggen.

 

I

 


3

 

 

 

 

 

DE TEKST

 

Wie een vocale compositie wil schrijven, gaat allereerst op zoek naar teksten. De opgave die ik mij stelde, was geen eenvoudige: vaststond dat het geen opeenhoping van verdriet en oorlogsellende zou worden met als happy‑end de bevrijding, ook niet een beeldend verhaal van de slag om Arnhem. Ik zocht zowel goede, als bruikbare en toepasselijke poezie, waarin gevoelens van mensen in oorlogstijd vertolkt worden; sommige teksten zouden een relatie moeten hebben met Arnhem en alle teksten moesten passen in de opbouw van een groter geheel.

Drie dingen stonden voor mij vast: een verzetslied van Jan Campert mocht niet ontbreken, "Na de bevrijding" van J.C. Bloem en "Het Carillon" van Ida Gerhardt zouden een plaats krijgen en de compositie zou openen met een lied, waarin de schoonheid van het oude Arnhem bezongen werd. Dit laatste gaf problemen. Mijn poezie‑boekenkast is goed gevuld, zodat ik meende buiten een bibliotheekstudie to zullen slagen. Tevergeefs zocht ik bij onze grote dichters. Ook Verhoeven, Jan de Groot, Lodeizen (korte tijd in Arnhem woonachtig), Leopoldt (lagere school en gymnasium (!) in Arnhem, Greshoff (hoofdredacteur van de Arnhemse Courant) konden mij niet helpen. "Dit stroeve land", een bundel poezie over de Veluwe, verschenen in 1989, kwam mij pas onlangs onder ogen.

Toen ik na een half jaar alle benodigde gedichten gevonden en gerangschikt had, ontbrak nog steeds een lofzang op Arnhem. Ik heb tenslotte mijn toevlucht genomen tot een proza‑tekst van Ahasverus van den Berg uit 1796, die ik als titel gaf: "Ode aan Arnhem".

In de zomer van 1992 was al het voorbereidende werk gedaan: het componeren kon beginnen.

 

 

 

I i

UITVOERINGEN

i

De eerste uitvoering van de Arnhemse Elegieen vond plaats in het gemeentehuis in Oosterbeek op 4 mei 1994 in het kader van de dodenherdenking. Een omroepvereniging verzorgde een rechtstreekse radio uitzending. De eerste versie van de Eligie6n was voor sopraan en piano. Een tweede versie kwam tot uitvoering in 1997 in Noord Holland door het Noord Hollands Kamerkoor. Daarna ontstonden nog een versie voor groot‑koor en orkest en de definitieve versie: voor klein‑koor en piano. Na de uitvoeringen in 1994 en 1997 is de klank van de Elegie verstomd. Een muziekstuk, dat niet uitgevoerd wordt is niet af. Een gebeeldhouwd oorlogsmonument wordt in de loop der jaren door duizenden passanten gezien. Een muzikaal eerbewijs zou twee keer tot klinken komen en daarna terecht komen op een schap in een muziekbibliotheek .....? Hoe kan niet‑klinkende muziek de herinnering levend houden aan burger slachtoffers van de slag om Arnhem? Zou de traditie niet gevestigd kunnen worden de Arnhemse Eligieen jaarlijks of vijfjaarlijks uit to voeren in de regio Arnhem? Ik schreef enige dirigenten en koorbesturen om hen op het bestaan van de ~‑Omposltle to attenderen. Er kwamen, povitieve readies er, eet drietal koren hereidF.